Signalen

[Home ] [Waarom Dyslexie?] [Hoofdvraag] [Deelvraag 1] [Deelvraag 2] [Deelvraag 3] [Deelvraag 4] [Deelvraag 5] [Deelvraag 6] [Praktijkvoorbeeld] [Interview] [Signalen] [Tips] [Bronnen]

Signalen van Dyslexie.

In groep 1/2:

-                     Moeite met namen, kleuren en het onthouden van versjes.

-                     Matig fonemisch bewust zijn; zwakke auditieve discriminatie, synthese, analyse en geen gevoel voor rijmen.

-                     Namen van de dagen, maanden onthouden.

 

In groep 3/4/5:

Algemeen:

-                     Matig fonemisch bewustzijn, met name auditieve analyse.

-                     Weinig belangstelling voor lezen, schrijven en taal.

-                     Problemen met taalstructuur en oefeningen in de taalmethode, bijvoorbeeld zinnen maken of veranderen.

-                     Vergeetachtig of ‘slordig’ zijn in de klas.

-                     Bij spontaan spreken nog grammaticale fouten of zinsopbouwproblemen.

-                     Kan iets niet goed samenhangend uitleggen; woordvindingsproblemen.

-                     Spreekt met weinig intonatie; zwakke articulatie.

-                     Zwakke tijdsoriëntatie.

Lezen:

-                     Eerst traag spellend lezen; in later stadium neiging tot radend lezen.

-                     Moeite met korte taalstructuur. Woorden zoals de, want, maar, wat.,

-                     Soms onnatuurlijk of monotoon lezen.

-                     Na langere tijd lezen steeds meer fouten en moeizamer lezen.

-                     Navertellen van wat gelezen is, is goed.

-                     Bij redelijk technisch leesniveau is begrijpend lezen voldoende.

Spellen:

-                     Problemen met korte of lange klanken. (o-oo a-aa, etc.)

-                     Bij klankzuivere woorden letters (klanken) weglaten, vooral klinkers.

-                     Problemen met discriminatie. (u-ui-eu-uu)

-                     Problemen met stomme ‘e’ klank.

-                     Problemen met klankposities (klankvolgorde).

-                     Samengestelde woorden los opschrijven.

-                     Soms woordverminking.

 

In groep 6/7/8:

Algemeen:

-                     Taalstructuur- oefeningen in taalmethode kunnen problemen opleveren.

-                     Wisselende leerhouding (goede dagen, slechte dagen); tegen het einde van schooljaar duidelijk vermoeid.

-                     Na vakantie moeilijk op gang komen op school.

-                     Belangstelling voor de zaakvakken maar schriftelijke verwerking van huiswerk leren moeizaam.

-                     Kan iets niet goed samenhangend uitleggen; woordvindingsprobleem.

Lezen:

-                     Veel radend lezen en herstellen vanuit context.

-                     Taalstructuur woorden worden minder vlot gelezen dan woorden met concrete inhoud.

-                     Soms onnatuurlijk, niet dynamisch/melodisch lezen.

-                     Matige articulatie.

Spellen:

-                     Nog steeds moeite met het correct schrijven van klankzuivere woorden (luisterwoorden): een klank of een gedeelte van een woord weglaten, korte/lange klanken, vergissen met klinkers en dergelijke.

-                     Relatief meer problemen met spellingsregels, vooral rondom de open en gesloten lettergreep.

-                     Samengestelde woorden los schrijven.

-                     Snel, klakkeloos opschrijven, geen reflectie.

 

In de brugklas:

-                     Problemen met het leren van woordjes uit Engels, Frans, Duits.

-                     Problemen met de uitspraak van de moderne vreemde talen.

-                     Onvoldoende resultaten voor de talen.

-                     Het kind is erg lang bezig met het huiswerk.