Deelvraag 1

[Home ] [Waarom Dyslexie?] [Hoofdvraag] [Deelvraag 1] [Deelvraag 2] [Deelvraag 3] [Deelvraag 4] [Deelvraag 5] [Deelvraag 6] [Praktijkvoorbeeld] [Interview] [Signalen] [Tips] [Bronnen]

1: Wat houdt dyslexie precies in?

Om te weten wat dyslexie inhoudt, moet je eerst weten hoe ons taalsysteem in elkaar zit. Je hebt dan te maken met fonologie, morfologie, syntaxis en semantiek.

 

Bij fonologie moet je denken aan de klankstructuur van de taal en de verwerking daarvan.

Morfologie is het verbuigen en vervoegen van woorden. Kat wordt bijvoorbeeld katten, kok wordt koks. De opbouw van de zin, of hoe de woorden worden gerangschikt heeft te maken met syntaxis. Semantiek tot slot heeft te maken met de betekenis van de woorden

 

Vanaf het tweede tot derde jaar groeit de woordenschat van kinderen erg snel. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een soort basisstructuur. Voor dyslectische kinderen lijkt dit niet soepel te gaan. Een van de kenmerken van dyslexie is dat de vroege taalontwikkeling van het kind niet probleemloos verloopt. Het kind ziet en begrijpt de dingen wel, maar kan deze niet benoemen. Dit heeft dus ook te maken met de ontwikkeling van morfologie en syntaxis. Snel daarna breid de spreektaal uit met meerdere woorden, langere zinnen en bijzinnen. Er wordt dan geoefend in morfologische en syntactische structuren ordenen, er ontstaat een automatisme. Met dit automatiseren hebben dyslectische kinderen moeite. Naarmate het kind ouder wordt, wordt het probleem duidelijker.

 

In de jaren ’70 werden er twee vormen van dyslexie onderscheidt:

Auditieve dyslexie, het omzetten van het gehoorde in lettertekens en visuele dyslexie, de letters van het woord in de goede volgorde zetten. Later zijn er twee vormen bijgekomen namelijk perceptuele dyslexie, dat te maken heeft met het horen en zien van klanken en linguale dyslexie dat met de Nederlandse taal zelf heeft te maken. Deze twee vormen van dyslexie hebben te maken met de werking tussen de linker- en rechter hersenhelften.

 

Bij 3,6% van alle leerlingen komt dyslexie voor. In een klas met 30 kinderen zit wel iemand met dyslexie. Bij jongens (¾) komt dit vaker voor dan bij meisjes. Dyslexie kan erfelijk zijn. Dyslexie is een specifiek leerprobleem en heeft dus te maken met één specifiek gebied, in dit geval het lezen en spellen. Het heeft ook niets te maken met intelligentie. Dyslexie gaat niet over maar je kunt er wel voor zorgen dat het voor een kind makkelijker wordt om te gaan met dyslexie.